The Overland Track - DEEL 1

Hoe ik verliefd werd op meerdaagse trektochten, kun je lezen in The Overland Track Deel 1 en Deel 2. Ik heb deze blogs geschreven toen ik 29 jaar was. Ik heb ze hier grotendeels overgenomen zoals ik het toen verwoorde en beleefd heb. Vintage dus. Voor de liefhebber. 

Voorbereiden op het onbekende

Vanaf Melbourne neem ik de Spirit of Tasmania naar Devonport. Iedereen die ik mijn plan om naar Tasmanië te gaan en daar een trektocht te maken, verklaart me voor gek. "Tasmanië? Daar regent het toch alleen maar?". Maar ik laat me niet ontmoedigen. Niet in de laatste plaats omdat ik hoop dat al die doemdenkers ongelijk krijgen. Mijn allereerste meerdaagse trektocht. Van hut naar hut, dwars door de Tasmaanse wildernis. Klinkt stoer. Er is alleen één klein detail: ik heb geen flauw idee waar ik aan begin. Nul ervaring. Geen spullen. Geen plan. Een verlangen naar avontuur en een grote mond, dat wel.

Een paar uur later sta ik in Hobart. Mijn eerste indruk: gezellig stadje, een beetje slaperig, met dat typische havensfeertje waar je in wil blijven hangen. Ik strijk neer in Central City Backpackers en binnen een dag ken ik daar Sam, Matt en Viefke. Viefke is een Nederlandse dame die ik op de boot al tegen was gekomen. Ik deelde mijn idee om The Overland Track te gaan doen en dat leek haar ook wel wat. Ik voel enige opluchting dat ik de tocht met iemand samen kan ondernemen. 

We gaan de volgende dag langs bij het toeristen informatie centrum in Hobart. De kosmos werkt mee, want we treffen een jonge dame met zeer veel ervaring in het maken van trektochten. Ze vindt het heel leuk om al onze vragen te beantwoorden en ze helpt ons niet alleen enthousiast op weg met informatie over het gebied, maar legt geduldig uit hoe je je überhaupt voorbereid op een meerdaagse trektocht of 'tramp', zoals ze het noemt. Hoewel de Overland Track hutten heeft, zouden deze vol kunnen zijn. Daarom is het aan te raden om een tent mee te nemen. Ze maakt met ons een paklijst van wat we nog meer nodig hebben. Slaapzak, matje, brander, pannetje, lepel, eten voor onderweg. Al het eten? Eh ja. Oh. 

Wat neem je in hemelsnaam mee voor 4 dagen, wetend dat je met alles op je rug door de bush gaat lopen? Wij staan in de supermarkt met een lijstje en een vage blik. Viefke stelt voor: "Pasta?" Ik zeg: "Ja, en tonijn." We staan voor een schap met instant pasta, net iets te lang, alsof het antwoord op al onze vragen tussen de zakjes verborgen zit. Uiteindelijk gooien we alles in het mandje waarvan we denken dat het licht en voedzaam is en waar je niet doodziek van wordt. Instant pasta, blikjes tonijn, pitabroodjes, instant noodles, rozijnen, pinda's, chocola, een paar zakjes thee en koffie. En niet een beetje, want stel je voor dat we honger krijgen. Zie onze boodschappen lijst hier: bonnetje Morgen zal blijken dat we veel te veel hebben gekocht. Dat snap ik pas als ik met zeventien kilo op mijn rug loop te zwoegen en me afvraag of dat extra zakje pinda's nou echt zo nodig was. Een les die ik leer voor latere tochten. 

Terug in het hostel spreiden we onze uitrusting uit op het bed. Het lijkt wel Sinterklaas, alleen dan met functionele cadeaus. Viefke probeert haar nieuwe slaapzak uit op de grond. Ik zet de tent binnen half op, wat zorgt voor hilariteit bij Matt en Philip. En we buigen ons over het mysterie van de brander. Die doet het namelijk niet meteen. Volgens de handleiding wel, volgens ons niet. Gelukkig weet Matt hoe het moet. Hij kijkt drie tellen naar het ding, doet iets onduidelijks met een klepje, en plop — daar is het blauwe vlammetje. "Makkelijk hè?" zegt hij grijnzend. Ja, als jij het doet wel ja.

's Avonds zet ik mijn rugzak voor me en probeer alles er één keer in te krijgen. Slaapzak onderin. Matje eraan gehangen. Eten verdeeld over kleine zakjes. Kookspullen bij elkaar. Kleding zo licht mogelijk. Regenjas bovenop, want je moet tenslotte overal rekening mee houden in Tasmanië. Ik til de tas op. Of beter gezegd: ik probeer hem op te tillen. Hij is zo zwaar dat ik hem bijna niet van de grond krijg. "Misschien kan er nog wat uit?" opper ik hoopvol. Viefke knikt vermoeid. Nu eerste slapen, geeuwt ze, we gaan er morgenochtend nog wel even goed naar kijken.

Dat doen we dus niet. De volgende ochtend vliegt voorbij en uiteindelijk hebben we geen meer om rustig na te denken dus tas op de rug en de bus pakken. Van Launceston gaan we naar Cradle Mountain, het begin van de Overland Track. In de bus kijk ik uit het raam en vraag me af waar ik in hemelsnaam aan ga beginnen. Een paar weken geleden had ik nog nooit gehoord van deze tocht. Nu zit ik in een bus vol met serieus uitziende hikers, die uitstralen wel te weten waar ze aan beginnen.

Naast me zit Viefke, met een al even nerveuze blik. Dat geeft me een geruststellend gevoel: je bent tenminste met z'n tweeën onervaren. Gedeelde onwetendheid is halve moed. Of is dat geen gezegde?