03 - Mannetjes van Mars

Dag 2 van mijn reis is verloren gegaan in verschillende tijdzones tijdens de vluchten. Het is acht uur in de ochtend en ik zit achter een café latte (koffie verkeerd) op de luchthaven van Sydney. De lucht is strakblauw. Ik denk: strand! Ik pak de shuttlebus naar Central Station. Een dame op leeftijd met helblauwe oogschaduw en roze wangen vraagt me waar ik vandaan kom. Als ze verneemt dat ik uit NL kom, vertelt ze me van haar romance met een Nederlandse man. Tegen het einde van de rit geeft ze me haar telefoonnummer en adres. Ik moet maar langskomen als ik in de buurt ben. Ik bedank haar voor het aanbod, maar weet dat ik er nooit gebruik van ga maken.

Het hostel dat ik uit de Lonely Planet had gepikt is vol. Ik ga binnen bij het eerste hostel dat op mijn pad komt en dat blijkt Lamrock lodge. Oververhit en ongeduldig wacht ik bij de balie tot ik in kan checken. Het wordt pijnlijk duidelijk dat ik mijn Nederlandse snel-haast-schiet 0p mentaliteit los moet gaan laten. Leunend tegen de deurpost hoor ik hoe de manager beleefdheden uitwisselt en vervolgens uitgebreid zijn plannen voor het weekend doorneemt. Langzaam voel ik mijn opgefoktheid wegebben, maar helemaal verdwijnen doet het niet.

Mijn kamer moet nog schoongemaakt worden en terwijl twee Russische mannetjes de boel aan kant maken (die door een stofzuigerzak op hun rug net van Mars lijken te komen) wurm ik me in mijn badpak.

Om 11.30 lokale tijd neem ik mijn eerste verfrissende duik in de Tasmaanse zee. Waaahhhh. Heerlijk. Het water is koud, de lente is hier net begonnen. Van lezen komt niets. Ik voel me steeds wegzakken door de jetleg. De zon brandt gevaarlijk: goed smeren dus.

Door de gat in de ozonlaag, dat boven Australië groter schijnt te zijn dan waar ook ter wereld, is de kans op verbranding ook veel groter. Zelfs als het bewolkt is. Na een uur of 2 hou ik het voor gezien. Ik bel het thuisfront zoals beloofd: pa, ma: ik ben down under. 

Bondi beach....heerlijk!