Vannacht met de Fireflybus (de goedkoopste optie voor slechts 50 Australische dollars) van Sydney naar Melbourne gereden. Dat is een goede deal, want je spaart ook meteen een overnachting uit van ongeveer 18 Australische dollar. Kortom: voor 30 Australische dollar ben je in Melbourne. "Zo reken je niet," zou mijn ex-vriendje Cash hebben gezegd.
Onderweg worden we vermaakt met de film "Meet the parents". Om 22:00 uur is er een stop, en om 2:30 uur 's nachts een diner (!). Dit vindt plaats bij een roadhouse (wegrestaurant/benzinestation).
Met een "bodemloze kop thee" (je betaalt voor de mok en kunt zoveel drinken als je wil en blijven aanvullen met opnieuw heet water) schuif ik aan een nep eikenhouten tafeltje, voorzien van plastic plant. De stoel krast over de lichtbruine tegelvloer en de tl-balk boven mijn hoofd flikkert, zodat het lijkt alsof ik een triloog heb. Ik ben helemaal in mijn element.
's Ochtends om 7 uur komen we aan op het vliegveld van Melbourne. Diverse pick-up busjes staan te wachten, maar neem de tram naar St. Kilda, één van de wijken van Melbourne.
Ik sjouw me een breuk. Mijn rugzak wordt op mysterieuze wijze zwaarder; inmiddels zit er meer dan 16 kilo in. Dat is 4 kilo meer dan waar ik mee aankwam in Australië. In mijn kleine rugzakje, die ik voor op mijn borst draag (waar ook een kilo of 6 in zit), heb ik links een plastic zak met etenswaar (onder andere een pot pindakaas, een appel, instant koffie, muesli, rijst en saladedressing) en in mijn rechterhand een zak met daarin mijn loopschoenen. Je bent backpacker, of je bent het niet.
Het eerste hostel waar ik een kijkje neem is weliswaar goedkoop, maar ik heb het wel even gehad met stoflagen op wc's, spetters op de spiegels, muf ruikende matrassen en kakkerlakken over de vloer. Het hoeft geen 5-sterrenhotel te zijn, maar ietsje beter heb ik wel verdiend, en zo belandde ik in kamer 31 van Jacksons Manor.
Het is een prettig hostel, groot genoeg om anoniem te blijven, mocht je dat willen, en klein genoeg om het intiem te kunnen noemen. Er zitten vele backpackers die er al maanden min of meer wonen om geld te verdienen in Melbourne. In de tijd dat ik er ben zie ik twee Nederlandse jongens, van 18 en 19 jaar, zich een ongeluk zoeken naar een simpele afwasbaan. Een Canadese dame vindt een baan als serveerster in een striptent, twee Nederlandse meiden werken als deur-tot-deurverkopers van schilderijen, en krijgen provisie op ieder verkocht kunstwerk. En er zit een gros Engelsen, waarvan de meeste kantoorbanen hebben gevonden of in een magazijn werken.
Ik vang op dat een aantal ervan gaat schoonmaken op de Melbourne Cup, één van 's werelds grootste en rijkste paardenraces. Het lijkt me wel bijzonder om op deze manier wat van dit wereldwijd bekende festijn mee te krijgen. Ik lever het formulier in en over vier dagen hoor ik of ik wc's mag schrobben tijdens de races. Ik ben benieuwd. In de tussentijd ga ik met Vera (Duits) en een vriend van haar The Great Ocean Road berijden.
Jacksons Manor