Het YHA hostel in The Blue Mountains is eerder een chique hotel, dan een hostel. Het heeft zijn deuren geopend in april 2001. Het gebouw is voor 7 miljoen Australische dollars gerenoveerd in 1920-stijl, heel Art Deco. Hoewel het er veel te nieuw uitziet allemaal (2012) en wel erg groots is opgezet, hang er toch een huiselijke sfeer. Er is een grote lounge met hangbanken waar ´s avonds vele lezende gasten te vinden zijn. Je kunt er verder ook internetten, films kijken in de videokamer, koken in de mega keuken (die voorzien is van alle gemakken die de mens tegenwoordig inzet om een maaltijd te bereiden), informatie inwinnen over wat te doen in de omgeving, day-trips of andere activiteiten boeken bij de balie, dineren in het eetgedeelte (wel eerst zelf koken), poolen, de was draaien of telefoneren.
Ik werd om half 11 gewekt door de schoonmaakster, die zich had verslapen omdat ze dacht vrij te zijn die dag. Vandaag heb ik een reisrustdag ingepland. Lekker uitgeslapen, broodje eten, krant lezen, kop koffie en wat rommelen op mijn slaapkamer. Muziekje op, spullen sorteren, kaarten schrijven naar familie en vrienden. Ik heb Sander gebeld en hem verteld dat ik hem heb losgelaten. Hoewel dat zijn idee was een paar weken terug, vond hij het nu minder om te horen. Het is echter goed zo, besluiten we ons gesprek, en we zien wel hoe het er voorstaat als ik terug kom. Na het eten besluit ik spontaan nog even naar de rotsformatie ‘The three sisters’ te lopen.
Een deel van dat pad gaat langs een afgelegen parkje dat slecht verlicht, of eigenlijk aardedonker, blijkt te zijn. Vanuit het niets doemt er plots een man op. Ik schrik me kapot dat hij ineens naast me staat. Met mijn hart in de keel loop ik hem zo nonchalant mogelijk voorbij, mij iets breder makend met mijn armen dan ik ben. Ik kijk niet om. Ik besef nu pas hoe afgelegen het is en dus hoe onverantwoord het is om hier alleen te lopen. Tegelijkertijd voel ik boosheid in me opborrelen. Het is toch niet te geloven dat ik als vrouw om 21.00 ’s avonds hier niet alleen zou kunnen lopen!
Pas als ik weer in een pikkedonker stuk kom, waar het licht door bosjes wordt geblokkeerd, durf ik om te kijken. Mocht hij me gevolgd zijn, dan ziet hij mij nu niet. De P.V. (potentiële verkrachter) is mij niet achterna gekomen en ik loop in een stevig tempo door naar mijn einddoel. Ik zie de drie schone zussen uitgelicht, maar ik voel te grote onrust om er daadwerkelijk van te kunnen genieten. Ik overweeg een foto te maken, maar als ik door de lens kijk besef ik dat er weinig van over zal blijven. Zo’n goede camera heb ik niet.
Ik besluit zoveel mogelijk in het licht en langs huizen (waar huizen?) terug te lopen. Terwijl ik de trappen oploop om naar de parkeerplaats te komen, zie ik een auto heel langzaam wegrijden. Die auto rijdt wel heel erg traag. Doorlopen en kijken waar ik een oprijlaan op kan. De auto verdwijnt om de hoek. Even later komt (dezelfde!) auto heel langzaam terug rijden. Erachter doemt nog een auto op, die hij voorbij laat gaan. Ik check mijn vluchtroutes, het zijn er weinig. Ik maak me nog breder en stap nu stevig door. De auto rijdt op me af, en stopt….net als mijn hart….een vrouwenstem klinkt: ‘Do you know where the campground is?’. Opgelucht haal ik adem. Ja, dat weet ik! Ik kan het alleen vanaf die plek lastig uitleggen. Ik vraag of ik een stukje mee zal rijden, zodat ik het ze kan wijzen. Graag! De dames, het zijn er twee, zijn blij dat ik ze op weg heb geholpen. Ik ben blij dat ik weer een stuk dichter bij de bewoonde wereld ben. Nadat we gedag zeggen, zie ik de P.V. lopen. Het blijkt een zwerver, op zoek naar een slaapplek in het park. Pff… ineens ziet de wereld er veel lichter uit.
The three sisters in the Blue Mountains