09 - Rookverbod

Rond 12 uur die middag ga ik naar de Chinese tuinen met Ire. Ire is een 24 jarige Italiaan en vertelt mij over de vijf maanden die hij door Nieuw Zeeland heeft getrokken. En over zijn auto rit door de outback. Hij toerde drie maanden langs de westkust. Alleen. Dagen lang in een auto door een verlaten landschap rijden, met niets in de buurt dat je aan civilisatie doet denken. Liters water en benzine mee voor onderweg. Hij heeft staan schreeuwen tegen de wind en zich dagen zoet gehouden met het vangen van een muis die een onderkomen vond onder zijn motorkap en hem nachten van zijn slaap beroofde. Ik ben onder de indruk van zijn verhalen. Het zou niets voor mij in zijn, met mijn kennis van auto’s. 

De Chinese tuinen zijn veel kleiner dan ik had verwacht. Na 15 minuten staan we weer buiten. Door de grote witte gebouwen rondom krijg je nou niet bepaald de indruk dat je in een Chinese tuin loopt. 

Ik vond het toegangskaartje achteraf te duur voor zo’n kort vermaak. ’s Avonds gaan we uit eten bij een Indiaas restaurant en schuift Patricio aan, een Chileen. Na het eten verhuizen we naar buiten, want binnen in het restaurant mag je niet roken. Ik dacht dat Patricio een grapje maakte, maar het is echt zo. In vele restaurants en ook in cafés is er sinds de Olympische spelen een rookverbod ingetreden. Maar op het terras buiten mag het nog wel. Ire houdt het voor gezien en ik drink met Patricio nog een pilsje. We raken in gesprek over de dood, het geloof, (ex)relaties, de brede straten van Sydney, kinderen, roken en meer. Wat is hij leuk. Het is dat ik te moe ben om nog langer op te blijven. Tegen vijf uur val ik om en ga ik naar mijn bedje. 

Het is al bijna licht